Artikel 1
De aanstelling van de aan de Raad van State toegevoegde ambtenaren, niet zijnde ambtenaren van Staat, geschiedt indien zij plaatsvindt in vaste dienst en het salaris dan wel het aan hun functie verbonden maximum-salaris van de schaal welke voor die ambtenaren geldt lager is dan het maximum-salaris van schaal 15 van Bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (Stb. 1983, 571) of indien zij plaatsvindt in tijdelijke dienst door de Vice-President van de Raad van State.