1. De in
artikel 476b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoelde verklaring wordt tot de in dat artikel bedoelde deurwaarder gericht door:
a. overhandiging aan de deurwaarder van een ingevuld formulier naar het in artikel 1 bedoelde model;
b. een gewone of aangetekende brief, inhoudende een ingevuld formulier als bedoeld onder a;
c. een telefax, inhoudende een ingevuld formulier als bedoeld onder a, indien in dat formulier het telefaxnummer van de deurwaarder is opgegeven;
d. een langs elektronische weg ingediend ingevuld formulier als bedoeld onder a, indien in dat formulier het elektronisch adres van de deurwaarder is opgegeven; of
e. elk ander door de deurwaarder als verklaring aanvaard geschrift.
2. In het geval van het eerste lid onder
a geeft de deurwaarder aan de derde terstond een schriftelijk ontvangstbewijs af. In andere gevallen zendt de deurwaarder de derde onverwijld een zodanig bewijs toe.