Wijzigingswet Wet op de rechterlijke organisatie, enz. (voltooiing eerste fase herziening rechterlijke organisatie)
1
Rechterlijke organisatie
2
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 2
3
Wijziging van rechtstreeks betrokken institutionele en processuele wetten
Artikel 3
4
Wijziging van bijzondere wetten in verband met de te treffen definitieve voorzieningen in kroongeschillen
Artikel 4
5.1
Wijziging van wetten waarin beroep is opengesteld bij de Afdeling rechtspraak van de Raad van State en in verband met de intrekking van de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen
Artikel 5.1
5.2
Wijziging van sociale-zekerheidswetten en (andere) wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, mede ter aanpassing aan de eerste tranche van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 5.2
5.3
Wijziging van wetten waarin beroep is opengesteld bij de (militaire) ambtenarenrechter
Artikel 5.3
5.4
Wijziging van wetten waarin beroep is opengesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven
Artikel 5.4
5.5
Overige wijzigingen
Artikel 5.5
6
Overgangs- en slotbepalingen
Artikel I
2. Ten aanzien van de mogelijkheid om bezwaar te maken of beroep in te stellen tegen een besluit dat voor de datum van inwerkingtreding van deze wet is bekendgemaakt, blijft het recht zoals het gold voor dat tijdstip van toepassing, met dien verstande dat de Afdeling bestuursrechtspraak in de plaats treedt van de Afdeling voor de geschillen van bestuur of de Afdeling rechtspraak van de Raad van State. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de mogelijkheid om hoger beroep of beroep in cassatie in te stellen.
3. Ten aanzien van de behandeling van bezwaar of beroep dat voor de datum van inwerkingtreding van deze wet is gemaakt onderscheidenlijk is ingesteld, blijft behoudens het zesde en zevende lid het recht zoals het gold voor dat tijdstip van toepassing, met dien verstande dat de Afdeling bestuursrechtspraak in de plaats treedt van de Afdeling voor de geschillen van bestuur of de Afdeling rechtspraak van de Raad van State. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de behandeling van hoger beroep of beroep in cassatie.
4. Ten aanzien van de behandeling van een geschil dat aan de beslissing van de Kroon is onderworpen en dat op of na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aanhangig is gemaakt, blijft het recht zoals het gold voor dat tijdstip van toepassing.
5. Ten aanzien van de behandeling van bezwaar of beroep dat op of na de datum van inwerkingtreding van deze wet is gemaakt onderscheidenlijk is ingesteld en dat is gericht tegen een besluit waartegen voor dat tijdstip eveneens bezwaar is gemaakt onderscheidenlijk beroep is ingesteld, blijft behoudens het zesde en zevende lid het recht zoals het gold voor dat tijdstip van toepassing. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de behandeling van hoger beroep of beroep in cassatie.
6. Ten aanzien van de verdere behandeling van beroep dat voor de datum van inwerkingtreding van deze wet is ingesteld bij de rechtbank, is het recht zoals het geldt vanaf dat tijdstip van toepassing, met dien verstande dat ten aanzien van de heffing van griffierecht en de mogelijkheid van een verzoek om een voorlopige voorziening het recht zoals het gold voor dat tijdstip van toepassing is. Indien op de datum van inwerkingtreding van deze wet partijen zijn uitgenodigd om op een zitting van de rechtbank te verschijnen, partijen schriftelijk toestemming hebben gegeven voor het achterwege blijven van het onderzoek ter zitting dan wel het beroep bij beschikking wordt afgedaan, blijft behoudens het zevende lid het recht zoals het gold voor dat tijdstip van toepassing.
7. De artikelen 8:75en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht, 39a van de Wet op de Raad van State, 21a van de Beroepswet, 5a, 5aa en 25a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken en 11b en 11c van de Tariefcommissiewet zijn van toepassing ten aanzien van de behandeling van beroep, hoger beroep of beroep in cassatie dat voor de datum van inwerkingtreding van deze wet is ingesteld.
Artikel IA
Artikel IB
2. Tegen een op of na de datum van inwerkingtreding van deze wet bekendgemaakte beslissing van de voorzitter van gedeputeerde staten op grond van artikel 45 van de Algemene Bijstandswetzoals dat luidde voor dat tijdstip, kan beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Artikel IC
Artikel II
Artikel IIA
Artikel III
Artikel IV
a. de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering,
b. de Ziektewet,
c. de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, met uitzondering van de artikelen 57, 57a en 58,
d. de Toeslagenwet over de toeslag op een uitkering op grond van de in de onderdelen a tot en met c genoemde wetten,
e. de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen,
f. de Ziekenfondswet over aanspraken op verstrekkingen of daarmee overeenkomende uitkeringen, en
g. de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten over aanspraken op zorg of daarmee overeenkomende uitkeringen.
2. Indien binnen de in het eerste lid genoemde termijn een voorstel van wet is ingediend inzake de toepasselijkheid van afdeling 7.1ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde besluiten, blijft afdeling 7.1in ieder geval buiten toepassing totdat die wet in werking treedt, dan wel tot en met de dag waarop vaststaat dat het voorstel van wet niet tot wet zal worden verheven.
3. Indien op grond van het eerste of het tweede lid afdeling 7.1buiten toepassing blijft, kan het bestuursorgaan in afwijking van artikel 4:12 van de Algemene wet bestuursrechttoepassing van de artikelen 4:7en 4:8 van die wetachterwege laten bij een beschikking die strekt tot het vaststellen van een financiële verplichting of aanspraak.
Artikel IVA
Artikel V
Artikel VI
2. Indien voor de bekendmaking van deze wet door Onze Minister van Binnenlandse Zaken een nieuwe nummering is vastgesteld van onderscheidenlijk de Provincieweten de Gemeentewet, brengt Onze Minister van Justitie voor de bekendmaking van deze wet de in deze wet voorkomende aanhalingen van artikelen van onderscheidenlijk de Provincieweten de Gemeentewetin overeenstemming met de opnieuw vastgestelde nummering daarvan.
Artikel VII
2. Bij koninklijk besluit kan een ander tijdstip worden vastgesteld voor de inwerkingtreding van artikel 20.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer.