Aanpassingsbesluit Politiewet 1993
Hoofdstuk 1
Spoorwegwet
Hoofdstuk 2
Wetboek van Strafrecht
Artikel 2.I
Artikel 2.II
Hoofdstuk 3
Wet van 28 februari 1891, Stb. 69, tot vaststelling van bepalingen betreffende 's Rijks waterstaatswerken
Artikel 3.I
Artikel 3.II
Artikel 3.III
Artikel 3.IV
Artikel 3.V
Artikel 3.VI
Artikel 3.VII
Artikel 3.VIII
Hoofdstuk 4
Scheepvaartverkeerswet
Artikel 4.I
Hoofdstuk 5
Faillissementswet
Artikel 5.I
Hoofdstuk 6
Telegraaf- en telefoonwet
Artikel 6.I
Hoofdstuk 7
Arbeidswet 1919
Artikel 7.I
Hoofdstuk 8
Wet op het voortgezet onderwijs
Artikel 8.I
Hoofdstuk 9
Wetboek van strafvordering
Artikel 9.I
Artikel 9.II
Artikel 9.III
Hoofdstuk 10
Ambtenarenwet
Artikel 10.I
Artikel 10.II
Artikel 10.III
Artikel 10.IV
Artikel 10.V
Artikel 10.VI
Hoofdstuk 11
Militaire ambtenarenwet 1931
Artikel 11.I
Artikel 11.II
Hoofdstuk 12
Wegenverkeerswet
Artikel 12.I
Artikel 12.II
Artikel 12.III
Artikel 12.IV
Artikel 12.V
Hoofdstuk 13
Rijtijdenwet 1936
Artikel 13.I
Hoofdstuk 14
Vogelwet 1936
Artikel 14.I
Hoofdstuk 15
Inkwartieringswet
Artikel 15.I
Hoofdstuk 16
Jachtwet
Artikel 16.I
Artikel 16.II
Artikel 16.III
Hoofdstuk 17
Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag
Artikel 17.I
Artikel 17.II
Hoofdstuk 18
Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren
Artikel 18.I
Hoofdstuk 19
Luchtvaartwet
Artikel 19.I
Artikel 19.II
Hoofdstuk 20
Visserijwet 1963
Artikel 20.I
Hoofdstuk 21
Wet gevaarlijke stoffen
Artikel 21.I
Artikel 21.II
Hoofdstuk 22
Wet installaties Noordzee
Artikel 22.I
Hoofdstuk 23
Vreemdelingenwet
Artikel 23.I
Hoofdstuk 24
Wet van 15 juni 1972, Stb. 449, tot gemeentelijke herindeling van Noordwest-Overijssel
Artikel 24.I
Hoofdstuk 25
Arbeidsomstandighedenwet
Artikel 25.I
Artikel 25.II
Hoofdstuk 26
Wet wapens en munitie
Artikel 26.I
Hoofdstuk 27
Wet personenvervoer
Artikel 27.I
Hoofdstuk 28
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Artikel 28.I
Artikel 28.II
Hoofdstuk 29
Wet politieregisters
Artikel 29.I
Hoofdstuk 30
Politiewet 1993
Artikel 30.I
Artikel 30.II
Artikel 30.III
Hoofdstuk 31
Slotbepalingen
Artikel I
a. onder "bevoegd gezag" wordt verstaan de beheerder van een politiekorps;
b. voor "reserve-Rijkspolitie" of "reserve-gemeentepolitie" of "vrijwilligers" wordt gelezen: vrijwillige ambtenaren van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
c. voor "het Korps Rijkspolitie", "de rijkspolitie", of "de gemeentepolitie" wordt gelezen: de politie;
d. voor "de Minister van Justitie" dan wel "de Minister van Binnenlandse Zaken" wordt gelezen: Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken gezamenlijk.
2. De vrijwillig ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, is de ambtenaar van politie die op het tijdstip waarop de Politiewet 1993 in werking treedt op grond van afdeling 1, hoofdstuk 2, artikel 1, tweede lid, van de Invoeringswet Politiewet 1993 van rechtswege is overgegaan naar de politieregio of het Korps landelijke politiediensten om als vrijwillig ambtenaar van politie te gaan functioneren.
3. De Rechtstoestandsregeling reserve-politie berust na het tijdstip van inwerkingtreding van de Politiewet 1993 op afdeling 3, artikel 1 van de Invoeringswet Politiewet 1993 en artikel 50 van de Politiewet 1993.