Artikel 1
1. In deze wet wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. instelling: 1°. elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin zorg wordt verleend als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg;
2°. een gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid;
3°. een kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, een gastouderbureau als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, en een peuterspeelzaal als bedoeld in artikel 2.1, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
1°. elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin zorg wordt verleend als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg;
2°. een gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid;
3°. een kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, een gastouderbureau als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, en een peuterspeelzaal als bedoeld in artikel 2.1, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
c. zorgaanbieder: 1°. een rechtspersoon of natuurlijk persoon, die een instelling in stand houdt;
2°. de rechtspersonen of natuurlijke personen, die gezamenlijk een instelling in stand houden;
3°. een natuurlijk persoon die anders dan in het kader van een dienstverband met een instelling, zorg als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg verleent;
1°. een rechtspersoon of natuurlijk persoon, die een instelling in stand houdt;
2°. de rechtspersonen of natuurlijke personen, die gezamenlijk een instelling in stand houden;
3°. een natuurlijk persoon die anders dan in het kader van een dienstverband met een instelling, zorg als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg verleent;
d. cliënt: een natuurlijk persoon aan wie de zorgaanbieder gezondheidszorg verleent of heeft verleend;
e. gedraging: enig handelen of nalaten alsmede het nemen van een besluit dat gevolgen heeft voor een cliënt.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredende organisatorische verbanden, waarin gezondheidszorg wordt verleend, worden aangemerkt als instelling in de zin van deze wet.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere natuurlijke personen, die gezondheidszorg verlenen, worden aangemerkt als zorgaanbieder in de zin van deze wet.
4. Deze wet is niet van toepassing op klachten van onvrijwillig in een inrichting opgenomen cliënten, voor zover deze overeenkomstig een bijzondere wettelijke regeling door een klachtencommissie kunnen worden behandeld.
a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. instelling: 1°. elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin zorg wordt verleend als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg;
2°. een gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid;
3°. een kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, een gastouderbureau als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, en een peuterspeelzaal als bedoeld in artikel 2.1, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
1°. elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin zorg wordt verleend als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg;
2°. een gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid;
3°. een kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, een gastouderbureau als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, en een peuterspeelzaal als bedoeld in artikel 2.1, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
c. zorgaanbieder: 1°. een rechtspersoon of natuurlijk persoon, die een instelling in stand houdt;
2°. de rechtspersonen of natuurlijke personen, die gezamenlijk een instelling in stand houden;
3°. een natuurlijk persoon die anders dan in het kader van een dienstverband met een instelling, zorg als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg verleent;
1°. een rechtspersoon of natuurlijk persoon, die een instelling in stand houdt;
2°. de rechtspersonen of natuurlijke personen, die gezamenlijk een instelling in stand houden;
3°. een natuurlijk persoon die anders dan in het kader van een dienstverband met een instelling, zorg als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg verleent;
d. cliënt: een natuurlijk persoon aan wie de zorgaanbieder gezondheidszorg verleent of heeft verleend;
e. gedraging: enig handelen of nalaten alsmede het nemen van een besluit dat gevolgen heeft voor een cliënt.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredende organisatorische verbanden, waarin gezondheidszorg wordt verleend, worden aangemerkt als instelling in de zin van deze wet.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere natuurlijke personen, die gezondheidszorg verlenen, worden aangemerkt als zorgaanbieder in de zin van deze wet.
4. Deze wet is niet van toepassing op klachten van onvrijwillig in een inrichting opgenomen cliënten, voor zover deze overeenkomstig een bijzondere wettelijke regeling door een klachtencommissie kunnen worden behandeld.