1. De
Ziekteweten de daarop berustende bepalingen zoals deze luidden op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet blijven van toepassing op het recht op ziekengeld van de verzekerde:
a. die op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, zolang die ongeschiktheid duurt; of
b. wiens ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte intreedt op of na de datum van inwerkingtreding van deze wet en tevens binnen vier weken nadat een voor die inwerkingtreding gelegen periode van ongeschiktheid door herstel is geëindigd, zolang die ongeschiktheid duurt.
2. Voor de toepassing van het eerste lid geldt de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte als niet onderbroken wanneer perioden van ongeschiktheid elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.