1. Het is verboden:
a. dieren waaraan op enigerlei wijze stoffen met thyreostatische, oestrogene, androgene of gestagene werking of β-agonisten zijn toegediend, in de handel te brengen;
b. dieren waaraan op enigerlei wijze farmacologisch werkzame substanties als bedoeld in bijlage IV bij verordening (EEG) nr. 2377/90 zijn toegediend, in de handel te brengen;
c. vlees of vleesproducten van dieren als bedoeld in onderdeel a in de handel te brengen; en
d. vlees of vleesproducten van dieren als bedoeld in onderdeel b in de handel te brengen.
2. Het in het eerste lid, onder a of c bedoelde verbod is niet van toepassing voor zover de in het eerste lid, onder a bedoelde stoffen in het kader van een therapeutische of zoötechnische behandeling, aan de in het eerste lid, onder a bedoelde dieren zijn toegediend in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens de
Diergeneesmiddelenwet.