Artikel III
1. Indien een kind, dat als ongeboren kind voor de inwerkingtreding van deze wet is erkend, na de inwerkingtreding van deze wet wordt geboren, stelt, in afwijking van artikel 5, tweede lid, de ambtenaar van de burgerlijke stand de ouders in staat naamskeuze te doen ter gelegenheid van de aangifte van de geboorte. Artikel 5is overigens van toepassing.
2. Indien voor de inwerkingtreding van deze wet een adoptie is uitgesproken die na de inwerkingtreding van deze wet in kracht van gewijsde gaat, stelt, in afwijking van artikel 5, derde lid, de ambtenaar van de burgerlijke stand de adoptiefouders of het kind in staat naamskeuze te doen ter gelegenheid van de toevoeging van de latere vermelding van de adoptie aan de akte van geboorte. Artikel 5is overigens van toepassing.
2. Indien voor de inwerkingtreding van deze wet een adoptie is uitgesproken die na de inwerkingtreding van deze wet in kracht van gewijsde gaat, stelt, in afwijking van artikel 5, derde lid, de ambtenaar van de burgerlijke stand de adoptiefouders of het kind in staat naamskeuze te doen ter gelegenheid van de toevoeging van de latere vermelding van de adoptie aan de akte van geboorte. Artikel 5is overigens van toepassing.