Ten aanzien van de aanwezigheid en het gebruik van drinkwatersystemen op pluimveebedrijven dienen de voorschriften die zijn gesteld in het in bijlage I opgenomen Protocol in acht worden genomen.
Ieder bedrijf dat hygiëne-onderzoeken, onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella en/of Campylobacter in de stal op pluimveebedrijven en/of kuikenbroederijen of drinkwateronderzoeken verricht en dat erkend wil worden door de Voorzitter, dient te voldoen aan de eisen van het in bijlage II opgenomen Protocol.
Ieder bedrijf dat hygiëne-onderzoeken op pluimveebedrijven verricht en dat erkend wil worden door de Voorzitter dient het hygiëne-onderzoek uit te voeren volgens de voorschriften van het in bijlage III opgenomen Protocol.
Ieder bedrijf dat onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella en/of Campylobacter in de stal op pluimveebedrijven verricht en dat erkend wil worden door de Voorzitter dient het onderzoek uit te voeren volgens de voorschriften van het in bijlage IV opgenomen Protocol.
Laboratoria die erkend willen worden, als bedoeld in artikel 4, achtste lid, van de verordening, dienen te voldoen aan de in Bijlage V opgenomen erkenningsvoorwaarden.
Erkende laboratoria dienen de analyse van de monsters uit te voeren overeenkomstig de voorschriften opgenomen in Bijlage VI, VII, VIII en IX.
1. Dit besluit kan worden aangehaald als "Besluit Protocollen hygiënevoorschriften pluimveehouderij 1999".
2. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag van inwerkingtreding van de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij 1999.