1. Binnen de grenzen, gesteld door enige wettelijke regeling, is het Bestuur bevoegd voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen van het bij of krachtens het in de artikelen 3 en 5 van deze verordening bepaalde geheel of gedeeltelijk ontheffing te verlenen, zomede om aan een dergelijke ontheffing voorwaarden te verbinden.
2. Indien aan een ontheffing, als in lid 1 van dit artikel bedoeld, voorwaarden zijn verbonden, wordt degene, die deze voorwaarden niet of niet volledig nakomt, in zoverre geacht zonder ontheffing te handelen of te hebben gehandeld.
3. Het bestuur is bevoegd ter nadere uitvoering van deze verordening bij besluit, bekend te maken in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie, nadere regelen te stellen.