BWBR0011825
Geldig vanaf 2012-06-29
Artikel 2.10
Vreemdelingenbesluit 2000
1. Bij de vaststelling of de vreemdeling beschikt over de in <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Wet</a>bedoelde middelen om te voorzien zowel in de kosten van verblijf in Nederland als in die van zijn reis naar een plaats buiten Nederland waar zijn toegang is gewaarborgd, kunnen middelen waarover de vreemdeling reeds beschikt en middelen waarover de vreemdeling kan beschikken uit wettelijk toegestane arbeid worden betrokken.
2. Onder middelen worden in ieder geval verstaan geldelijke middelen alsmede vervoersbewijzen.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8, onder e, dan wel l, van de Wet</a>, het familielid, bedoeld in artikel 8.7, tweede en derde lid, en de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, vierde lid.
2. Onder middelen worden in ieder geval verstaan geldelijke middelen alsmede vervoersbewijzen.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8, onder e, dan wel l, van de Wet</a>, het familielid, bedoeld in artikel 8.7, tweede en derde lid, en de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, vierde lid.