Wijziging van de Aanbestedingswet 2012 in verband met de versterking van de rechtsbescherming bij aanbesteden
Wet: BWBR0032203
Memorie van Toelichting
Wijziging van de Aanbestedingswet 2012 in verband met de versterking van de rechtsbescherming bij aanbesteden
De Raad van State adviseert om in de toelichting te vermelden wat de rechtsvorm van de CvAE is en om daarbij in te gaan op de ministeriële verantwoordelijkheid en de onafhankelijkheid ten opzichte van het ministerie. Uit het wetsvoorstel en de toelichting volgt dit volgens de Raad van State nog niet. Ook de parlementaire geschiedenis De tijdelijke commissie merkt op dat uit de ministeriële verantwoordelijkheid – zoals opgenomen in artikel 42 van de Grondwet – volgt dat Ministers (politiek) vera...
Wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met de invoering van een regeling betreffende herziening ten nadele van de gewezen verdachte (Wet herziening ten nadele)
Wet: Wetboek van Strafvordering
Memorie van Toelichting
Wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met de invoering van een regeling betreffende herziening ten nadele van de gewezen verdachte (Wet herziening ten nadele)
HR 18 maart 2003, NJ 2003, 527 en HR 14 november 2006, NJ 2007, 179), is op zichzelf geen reden om het bewijsmateriaal toe te laten. Ik acht de conclusie van de Nederlandse Orde van Advocaten dat een analyse van de bestaande jurisprudentie zou uitwijzen dat het vierde lid de gewezen verdachte geen enkele bescherming zou bieden, in dit licht onjuist. Overigens zijn naar aanleiding van het advies van de Raad voor de rechtspraak in het vierde lid de woorden «een recht van de gewezen verdachte» opge...
Wijziging van de Overleveringswet, de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties 2008 en het Wetboek van Strafvordering ter implementatie van kaderbesluit 2009/299/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 26 februari 2009 tot wijziging van kaderbesluit 2002/584/JBZ, kaderbesluit 2005/214/JBZ, kaderbesluit 2006/783/JBZ, kaderbesluit 2008/909/JBZ en kaderbesluit 2008/947/JBZ en tot versterking van de procedurele rechten van personen, tot bevordering van de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen gegeven ten aanzien van personen die niet verschenen zijn tijdens het proces (PbEU L 81)
Wet: Wetboek van Strafvordering
Memorie van Toelichting
Wijziging van de Overleveringswet, de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties 2008 en het Wetboek van Strafvordering ter implementatie van kaderbesluit 2009/299/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 26 februari 2009 tot wijziging van kaderbesluit 2002/584/JBZ, kaderbesluit 2005/214/JBZ, kaderbesluit 2006/783/JBZ, kaderbesluit 2008/909/JBZ en kaderbesluit 2008/947/JBZ en tot versterking van de procedurele rechten van personen, tot bevordering van de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen gegeven ten aanzien van personen die niet verschenen zijn tijdens het proces (PbEU L 81)
Deze bepaling ziet op de gevallen waarin Nederlandse officieren van justitie een Europees aanhoudingsbevel hebben uitgevaardigd voor de tenuitvoerlegging van een vonnis dat pas na de overlevering aan betrokkene zal worden betekend. De eerste volzin strekt tot vastlegging van de verplichting tot verstrekking van een afschrift van een vonnis onder de genoemde omstandigheden. De tweede volzin is opgenomen om te voorkomen dat aan de verstrekking van het afschrift rechtsgevolgen kunnen worden verbond...
Wijziging van het Wetboek van Strafvordering en de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden in verband met de introductie van DNA-verwantschapsonderzoek en DNA-onderzoek naar uiterlijk waarneembare persoonskenmerken van het onbekende slachtoffer en de regeling van enige andere onderwerpen
Wet: Wetboek van Strafvordering
Memorie van Toelichting
Wijziging van het Wetboek van Strafvordering en de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden in verband met de introductie van DNA-verwantschapsonderzoek en DNA-onderzoek naar uiterlijk waarneembare persoonskenmerken van het onbekende slachtoffer en de regeling van enige andere onderwerpen
De toekenning van de bevoegdheid in geval van een onbekende verdachte aan de hulpofficier van justitie is mede op verzoek van het College van procureurs-generaal (zie paragraaf 5.4. van de nota «Verkenning DNA-onderzoek in strafzaken vanuit wetgevings- en juridisch perspectief») beperkt tot de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen misdrijven die in hun aanpak geen maatwerk vergen. Het gaat bij deze misdrijven om de zogenoemde high-volume-crime-misdrijven (HVC-misdrijven), te weten inb...