1. Op de voet van het bepaalde in
artikel 2 van de Verordening huishoudelijke heffing dieren 2003 is voor het o. en o.-fonds een heffing verschuldigd volgens het navolgende tarief:
[tabel]
2. De heffing, bedoeld in het eerste lid, wordt niet opgelegd voor een dier, ten aanzien waarvan ten genoege van het productschap wordt aangetoond, dat:
a. de periode tussen het tijdstip van invoer en het tijdstip van slacht korter is dan: twee maanden, in het geval het betreft varkens en schapen;
drie maanden, in het geval het betreft jonge kalveren, kalveren en runderen.
twee maanden, in het geval het betreft varkens en schapen;
drie maanden, in het geval het betreft jonge kalveren, kalveren en runderen.
b. de periode tussen het tijdstip van invoer en het tijdstip van uitvoer korter is dan: twee maanden, in het geval het betreft varkens en schapen;
drie maanden, in het geval het betreft jonge kalveren, kalveren en runderen.
twee maanden, in het geval het betreft varkens en schapen;
drie maanden, in het geval het betreft jonge kalveren, kalveren en runderen.