1. Iedere natuurlijke persoon en elke rechtspersoon, die een onderneming drijft waarvoor het hoofdproductschap is ingesteld is verplicht:
a. de door of vanwege het hoofdproductschap met betrekking tot het voeren van een administratie gegeven voorschriften en aanwijzingen na te komen en deze administratie volledig en naar waarheid bij te houden en te bewaren;
b. de vragen, welke hem door of vanwege het hoofdproductschap betreffende de administratie van en de werkzaamheden in zijn onderneming worden gesteld, prompt, volledig en naar waarheid te beantwoorden, zomede op eerste vordering de door of vanwege het hoofdproductschap verlangde boeken, papieren en/of andere bescheiden tegen ontvangstbewijs in te leveren of in te zenden;
c. indien hij mondeling of schriftelijk - al dan niet op door of vanwege het hoofdproductschap of enige andere instantie of instelling verstrekte formulieren of soortgelijke bescheiden - gegevens, inlichtingen, opgaven of andere mededelingen, waaruit voor hemzelf of voor een ander enig recht of enig voordeel ontstaat of voortvloeit, dan wel zou kunnen ontstaan of voortvloeien, aan het hoofdproductschap of aan enig(e) door of vanwege het hofdproduktschap aangewezen instantie, instelling of persoon verstrekt, zulks prompt, volledig en naar waarheid te doen;
d. de schriftelijke kennisgevingen, hem door of vanwege het hoofdproductschap toegezonden, blijkens welk hem enig recht of enige bevoegdheid wordt toegekend, ter plaatse waar het bedrijf wordt uitgeoefend te bewaren;
e. op eerste vordering van functionarissen behorende tot de door het bestuur aangewezen toezichthouder, die in het bezit zijn van een door de voorzitter afgegeven legitimatiebewijs en zich desgevraagd hebben gelegitimeerd, toe te laten dat deze personen inzage nemen van de in de Onderneming aanwezige boeken, papieren en/of andere bescheiden, zomede dat zij de in de onderneming aanwezige voorraden, alsmede de bedrijfsmiddelen bezichtigen en opnemen, hen daartoe de vrije gelegenheid te geven en hen daarbij desgevraagd behulpzaam te zijn.
2. De in het eerste lid gestelde regelen binden mede alle andere dan de aldaar bedoelde natuurlijke personen en rechtspersonen, die ondernemingen drijven, waarvoor het hoofdproductschap is ingesteld, voor zover deze handelingen verrichten, waarvoor het hoofdproductschap is ingesteld.