De ondernemer, die grond in gebruik heeft, is verplicht de op die grond voorkomende wilde haverplanten, te verwijderen en te vernietigen, vóórdat het zaad begint uit te vallen, doch uiterlijk in de provincies Utrecht, Zuid-Holland, Gelderland, Noord-Brabant, Zeeland en Limburg vóór 1 juli en in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Flevoland, Overijssel en Noord-Holland vóór 15 juli van het lopende kalenderjaar.