1. De invoer van vogelveren en delen van vogelveren, afkomstig uit Cambodja, de Volksrepubliek China inclusief het territorium Hong Kong, Indonesië, Kazachstan, Laos, Maleisië, Mongolië, Noord-Korea, Pakistan, Thailand, Vietnam, Zuid-Afrika, Rusland of Turkije, is verboden.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op onbewerkte veren en delen van veren afkomstig uit Mongolië.
3. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op onbewerkte veren en delen van veren die afkomstig zijn uit een ander district van Rusland dan de districten genoemd in Bijlage I bij beschikking (EG) nr. 2005/693 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 oktober betreffende bepaalde beschermingsmaatregelen in verband met aviaire influenza in Rusland (PbEU L263), mits zij vergezeld gaan van een gezondheidscertificaat overeenkomstig het model neergelegd in Bijlage II bij die beschikking.
4. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op bewerkte vogelveren en delen van vogelveren, indien is voldaan aan artikel 4, derde lid, van beschikking (EG) nr. 2005/692 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 oktober 2005 betreffende bepaalde beschermingsmaatregelen in verband met aviaire influenza in verscheidene derde landen (PbEU L263), artikel 1, vierde lid, van beschikking (EG) nr. 2005/693 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 oktober betreffende bepaalde beschermingsmaatregelen in verband met aviaire influenza in Rusland (PbEU L263), artikel 3, vierde lid, van beschikking (EG) nr. 2004/614 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24 augustus 2004 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met hoogpathogene aviaire influenza in de Republiek Zuid-Afrika (PbEU L 275) of artikel 2 van de beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 10 oktober 2005 betreffende bepaalde beschermingsmaatregelen in verband met een verdenking van hoog-pathogene aviaire influenza in Turkije.