1. Het is de ondernemer verboden aardappelplanten te telen in de volle grond op een perceel, gelegen in een door het bestuur aangewezen gebied (bijlage 1).
2. De in het eerste lid bedoelde gebieden betreffen niet de door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aangewezen gebieden of terreinen, waarbinnen of waarop de aanwezigheid van het aardappelcysteaaltje is aangetoond of wordt vermoed.
1. Het is een ondernemer verboden aardappelplanten te telen op een perceel, waarop zich binnen de twee aan dat tijdstip voorafgaande kalenderjaren zulke planten hebben bevonden.
2. Het verbod gesteld in het eerste lid is niet van toepassing op de teelt van aardappelplanten op een perceel gelegen in door het bestuur aangewezen gebieden (bijlage 2), mits voldaan wordt aan de terzake door het bestuur gestelde regelen.
1. Door het bestuur kan in bijzondere gevallen op schriftelijk verzoek van de ondernemer ontheffing worden verleend van het in de artikelen 2, eerste of derde lid bepaalde.
Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
2. Het verzoek om ontheffing wordt niet eerder in behandeling genomen dan nadat door de ondernemer een retributie van € 50,= is voldaan.
Het bepaalde bij of krachtens deze verordening, waarbij aan ondernemers verplichtingen worden opgelegd, tevens mede bindend voor andere natuurlijke en rechtspersonen, voor zover zij handelingen verrichten die bedrijfsmatig in ondernemingen plegen te worden verricht.
1. Op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld.
2. De tuchtrechtelijke maatregelen die op overtreding van de verordening kunnen worden gesteld, zijn:
a. berisping;
b. geldboete van ten hoogste € 4.500,=;
c. openbaarmaking van de uitspraak op kosten van de betrokkene;
d. het onder verscherpte controle stellen van het bedrijf van de betrokkene op zijn kosten voor ten hoogste twee jaren.