1. De voorzitter verstrekt de aanvrager binnen 12 weken na sluiting van de aanvraagtermijn als bedoeld in artikel 4, zesde lid, een voorschot in de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, mits is voldaan aan de voorwaarden voor toekenning van de tegemoetkoming, en de broedeieren binnen de periode als bedoeld in artikel 2, aan de eiproductenfabrikanten zijn geleverd.
2. Voor het uit te betalen voorschot komt maximaal 70% van het aantal broedeieren als bedoeld in artikel 3, eerste lid, in aanmerking.
3. Het voorschot wordt berekend over het aantal broedeieren dat voldoet aan het bepaalde in de artikelen 2 en 3.
4. Indien het in het derde lid bedoelde aantal broedeieren hoger is dan het in het tweede lid bedoelde aantal broedeieren, dan wordt het voor het voorschot in aanmerking komende aantal broedeieren naar evenredigheid over de aanvragers verdeeld.
5. Het bepaalde in de
artikelen 4:56 en
4:57 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.