1. De varkenshouder is verplicht:
a. iedere vier maanden op zijn kosten bloedmonsters van op zijn bedrijf aanwezige varkens te laten nemen, volgens het schema in het tweede lid, en deze bloedmonsters te laten onderzoeken op de aanwezigheid van SVD, of;
b. iedere vier maanden op zijn kosten op de slachterij, volgens het schema in het tweede lid, de monsters te laten nemen en deze te laten onderzoeken op de aanwezigheid van SVD.
2. Het aantal per periode van 4 maanden, te weten januari tot en met april, mei tot en met augustus, en september tot en met december, te bemonsteren varkens is afhankelijk van het per periode totale aantal gehouden varkens zwaarder dan 25 kilogram en wordt als volgt bepaald:
[tabel]
3. De in het eerste lid bedoelde onderzoeken worden verricht door een laboratorium dat namens het bestuur door de voorzitter is erkend. Het bestuur stelt bij besluit de voorwaarden vast waaraan een laboratorium dient te voldoen om in aanmerking te komen voor een erkenning.
4. Het bestuur stelt bij besluit regels vast met betrekking tot de serologie en de analysemethode die van toepassing zijn op de onderzoeken bedoeld in het eerste lid. Indien in afwijking van deze door het bestuur vastgestelde regels gebruik wordt gemaakt van een andere testmethode dient hiervoor vooraf toestemming van de voorzitter van het productschap te zijn verkregen.
5. De varkenshouder draagt er zorg voor dat in het geval er sprake is van een positieve uitslag van het onderzoek naar SVD het betreffende monster ten behoeve van een confirmatietest onverwijld aan het Centraal Instituut voor Dierziekte Controle - Lelystad wordt toegezonden.
6. De varkenshouder draagt er zorg voor dat de uitslag van het onderzoek door het laboratorium als bedoeld in het derde lid en in voorkomend geval door het laboratorium gevestigd in het buitenland, binnen 20 werkdagen na monstername bij het productschap of een door het productschap aan te wijzen instantie is ontvangen. Het bestuur kan bij besluit regels stellen over de wijze waarop de uitslag van het onderzoek aan het productschap of aan de door het productschap aan te wijzen instantie wordt aangeleverd.
7. De in het derde, vierde lid en zesde lid bedoelde besluiten worden gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.