Artikel 1
1. Als ondernemersorganisatie in de veehandel als bedoeld in artikel 5 van de Verordening huishoudelijke heffingen (PVV) worden aangewezen:
Afdelingen Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg van de Nederlandse Bond van Handelaren in Vee;
Centrale Bond van Paardenhandelaren in Nederland;
Centrale Vereniging voor Coöperatieve Handel.
2. Als ondernemersorganisatie in de vleeswarenindustrie als bedoeld in artikel 8 van de Verordening huishoudelijke heffingen (PVV) worden aangewezen:
Vereniging voor de Nederlandse Vleeswarenindustrie;
Vereniging van Nederlandse Baconfabricanten.
3. Als ondernemersorganisatie in de vleesindustrie als bedoeld in artikel 10 van de Verordening huishoudelijke heffingen (PVV) worden aangewezen:
Centrale organisatie voor de Vleessector;
Koninklijke Nederlandse Slagersorganisatie.
Afdelingen Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg van de Nederlandse Bond van Handelaren in Vee;
Centrale Bond van Paardenhandelaren in Nederland;
Centrale Vereniging voor Coöperatieve Handel.
2. Als ondernemersorganisatie in de vleeswarenindustrie als bedoeld in artikel 8 van de Verordening huishoudelijke heffingen (PVV) worden aangewezen:
Vereniging voor de Nederlandse Vleeswarenindustrie;
Vereniging van Nederlandse Baconfabricanten.
3. Als ondernemersorganisatie in de vleesindustrie als bedoeld in artikel 10 van de Verordening huishoudelijke heffingen (PVV) worden aangewezen:
Centrale organisatie voor de Vleessector;
Koninklijke Nederlandse Slagersorganisatie.