De hoogte van het bedrag, bedoeld in
artikel 11, tweede lid, van de kostenregeling, wordt vastgesteld op:
a. EUR 20.500 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° van de wet, die op grond van artikel 31 het bedrijf van kredietinstelling mogen uitoefenen;
b. EUR 0 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2° van de wet, die op grond van artikel 31 het bedrijf van kredietinstelling mogen uitoefenen;
c. EUR 0 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° van de wet, die op grond van artikel 32 werkzaamheden door middel van het verlenen van diensten mogen verrichten;
d. EUR 0 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2° van de wet, die op grond van artikel 32a werkzaamheden door middel van het verlenen van diensten mogen verrichten;
e. EUR 0 voor financiële instellingen die op grond van artikel 45 van de wet onder toezicht zijn gesteld;
f. EUR 0 voor financiële instellingen die op grond van artikel 50 van de wet zijn toegelaten;
g. EUR 0 voor financiële instellingen die op grond van artikel 51 van de wet zijn toegelaten.