1. De ontvanger van boerderijmelk draagt er zorg voor dat van elk monster boerderijmelk het ureumgehalte wordt vastgesteld door een melkcontrolestation als bedoeld in
artikel 12 van Zuivelverordening 2005, Grondslag uitbetaling boerderijmelk.
2. Voor de vaststelling van het ureumgehalte geldt de methode volgens NEN-ISO 14637:2004 als referentiemethode.
3. De ontvanger van boerderijmelk berekent per kalenderjaar per melkveehouder het gewogen gemiddelde ureumgehalte van de leveranties van boerderijmelk op basis van de in het eerste lid genoemde vaststellingen en levert de betrokken gegevens aan het productschap vóór 1 februari van het daaropvolgende kalenderjaar.