1. Ten aanzien van de voorzitter, die één of meer ambtsperioden, als bedoeld in
artikel 78, tweede lid, van de wet vervuld hebbende, niet wordt herbenoemd, is het bepaalde in bijlage XVI van de CAO-PBO van toepassing.
2. Ten aanzien van de voorzitter die wordt ontslagen ingevolge het bepaalde in
artikel 78, eerste lid, van de wet, is, tenzij naar het oordeel van het dagelijks bestuur van het productschap ernstige redenen zich daartegen verzetten, het bepaalde in bijlage XVI van de CAO-PBO van toepassing.
3. De uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk het tweede lid, zal worden berekend op basis van de som van de in artikel 7:1, eerste lid bedoelde bedragen, en overeenkomstig het bepaalde in bijlage XVI van de CAO-PBO.