De heffing, bedoeld in artikel 2, is niet verschuldigd voor een dier, ten aanzien waarvan ten genoegen van het productschap wordt aangetoond, dat:
a. de periode tussen het tijdstip van invoer en het tijdstip van slacht korter is dan: – twee maanden, in het geval het betreft varkens, geiten en schapen;
– drie maanden, in het geval het betreft kalveren en runderen.
– twee maanden, in het geval het betreft varkens, geiten en schapen;
– drie maanden, in het geval het betreft kalveren en runderen.
b. de periode tussen het tijdstip van invoer en het tijdstip van uitvoer korter is dan: – twee maanden, in het geval het betreft varkens, geiten en schapen;
– drie maanden, in het geval het betreft, kalveren en runderen.
– twee maanden, in het geval het betreft varkens, geiten en schapen;
– drie maanden, in het geval het betreft, kalveren en runderen.