2.1. Het doel van deze regeling is om, door middel van verlening van prolongatiebonussen en publiciteitsbijdragen, de vertoningsmogelijkheden en daarmee het publieksbereik van de Nederlandse artistieke film met een lengte van ten minste 70 minuten te bevorderen.
2.2. Een aanvraag op grond van deze regeling staat open voor arthouses, filmtheaters en bioscopen zoals gedefinieerd door de Nederlandse Vereniging van Bioscoopexploitanten.
2.3. Gemeenten in de zin van artikel 5, eerste lid, zijn opgenomen in een aan deze regeling gehechte bijlage.
4.1. Een film komt voor subsidie in aanmerking indien deze in première gaat op ten minste vijf en ten hoogste twintig schermen.
4.2. Een vertoner zoals bedoeld in artikel 2 heeft het recht ten minste één en ten hoogste 25% van de geselecteerde films te weigeren.
5.1. Het eerste roulement betreft een periode van 28 dagen vanaf de premièredatum en wordt vertoond in een zaal met ten minste zeventig zitplaatsen.
5.2. Het tweede roulement betreft een periode van 21 dagen aansluitend op het eerste roulement en wordt vertoond in een zaal van ten minste vijftig zitplaatsen.
Een aanvrager aan wie subsidie is verleend, in de zin van artikel 5, eerste lid, is verplicht de film gedurende het eerste roulement ten minste vijf maal per zeven dagen te vertonen op een tijdstip gelegen tussen 19.00 uur en 0.00 uur dan wel op zaterdagmiddag en/of zondagmiddag na 14.00 uur.
Een aanvrager aan wie subsidie is verleend, in de zin van artikel 5, tweede lid, is verplicht de film gedurende het tweede roulement ten minste vijf maal per zeven dagen te vertonen op een tijdstip gelegen tussen 19.00 uur en 0.00 uur dan wel op zaterdagmiddag en/of zondagmiddag na 14.00 uur.
Een aanvrager aan wie subsidie is verleend, is verplicht om tezamen met distributeur en producent mee te werken aan de landelijke promotie en marketing van de film.
Een aanvrager van wie de subsidie wordt vastgesteld, is verplicht, onder overlegging van alle relevante stukken, een actueel bestedingsoverzicht te verstrekken en inzage te verschaffen in de jaarrekening.
12.1. De vertoner zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, ontvangt een prolongatiebonus van ten hoogste € 500,– per week indien hij gedurende de tweede tot en met de vierde week de film heeft vertoond.
12.2. De vertoner zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid, ontvangt een prolongatiebonus van ten hoogste € 500,– per week indien hij gedurende de tweede en derde week de film heeft vertoond.
12.3. Over de bonus zoals bedoeld in dit artikel is geen afdracht aan de distributeur verschuldigd.
13.1. De vertoner zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, ontvangt ten hoogste € 1000,– ter tegemoetkoming in de aanvullende kosten voor de lokale publiciteitscampagne.
13.2. De vertoner zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid, ontvangt ten hoogste € 500,– ter tegemoetkoming in de aanvullende kosten voor de lokale publiciteitscampagne.
13.3. Reguliere publiciteitskosten komen niet voor een subsidie op grond van regeling in aanmerking.