1. De vergoedingen, bedoeld in
artikel 3A, eerste lid, van de Verordening op de kostenvergoedingen, ten behoeve van het corrigeren van onderdelen van het examen, bedragen:
a. € 25,– per zitting per kandidaat voor het corrigeren van onderdelen van een gedeelte van het examen;
b. € 45,– per zitting per kandidaat voor het integraal hercorrigeren als gevolg van een bezwaar- of beroepschrift van onderdelen van een gedeelte van het examen.
2. De vergoeding, bedoeld in
artikel 3A, eerste lid, van de Verordening op de kostenvergoedingen, ten behoeve van het samenstellen van onderdelen van een examen, bedraagt € 335,– per uur dat het examen in beslag neemt.
3. De vergoeding, bedoeld in
artikel 3A, eerste lid, van de Verordening op de kostenvergoedingen, ten behoeve van het helpen samenstellen van onderdelen van een examen bedraagt € 215,– per onderdeel van een examen.
4. De vergoeding, bedoeld in
artikel 3B, eerste lid, van de Verordening op de kostenvergoedingen ten behoeve van het beoordelen van het eindverslag bedraagt € 45,– per beoordeeld eindverslag.
5. De vergoedingen, bedoeld in
artikel 3B, tweede lid, van de Verordening op de kostenvergoedingen ten behoeve van de werkzaamheden genoemd in artikel 10, eerste lid van de Verordening op de praktijkstage bedraagt € 300,– per examen.
6. De vergoedingen, bedoeld in
artikel 3B, tweede lid, van de Verordening op de kostenvergoedingen ten behoeve van de werkzaamheden genoemd in artikel 10, tweede lid van de Verordening op de praktijkstage bedraagt € 125,– per beoordeeld persoonlijk ontwikkelplan.
7. De vergoedingen, bedoeld in
artikel 3B, tweede lid, van de Verordening op de kostenvergoedingen ten behoeve van de werkzaamheden genoemd in artikel 10, derde lid van de Verordening op de praktijkstage bedraagt € 125,– per periodieke beoordeling.
8. De vergoeding, bedoeld in
artikel 3B, derde lid, van de Verordening op de kostenvergoedingen ten behoeve van het beoordelen van het eindverslag bedraagt € 45,– per beoordeeld portfolio.