1. Op octrooiaanvragen die zijn ingediend voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel H, in werking treedt, blijven de
artikelen 24, derde lid,
28, vierde lid,
32,
33 en
36 van de Rijksoctrooiwet 1995, zoals deze luidden op de dag voor dat tijdstip, van toepassing.
2. Op octrooien die ingevolge
artikel 33, eerste lid, van de Rijksoctrooiwet 1995 zijn verleend, blijven de
artikelen 33, tweede en vijfde lid,
37, en
58, vierde lid, van de Rijksoctrooiwet 1995, zoals deze luidden op de dag voor dat tijdstip, van toepassing.