1. De leden en degenen, die bevoegd zijn aan de vergadering deel te nemen, tekenen de presentielijst.
2. De voorzitter is bevoegd de vergadering te openen zodra blijkens de presentielijst het wettelijk quorum aanwezig is.
3. De voorzitter is bevoegd een vergadering af te gelasten, indien een half uur na het aanvangstijdstip het wettelijk quorum nog niet aanwezig is.
4. Indien bij het houden van een stemming blijkt, dat het wettelijk quorum niet meer aanwezig is, verdaagt de voorzitter de vergadering.
5. Het bepaalde in de leden 2, 3 en 4 is niet van toepassing op een vergadering, als bedoeld in
artikel 20, tweede volzin, juncto
artikel 89, eerste lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie.