1. Het is de ondernemer verboden na 15 april van enig jaar niet-uitgeplante uien of afval van uien aanwezig te hebben, tenzij op deze uien een afdekking is aangebracht of zodanige maatregelen zijn getroffen zonder welke niet-uitgeplante uien of afval van uien een potentiële bron kunnen zijn voor het verspreiden van valse meeldauw en koprot
2. Het is de ondernemer verboden om zich van niet-uitgeplante uien of afval van uien te ontdoen, tenzij hij zodanige maatregelen heeft getroffen zonder welke zich aan deze niet-uitgeplante uien of afval van uien groene delen kunnen ontwikkelen en zonder welke deze niet-uitgeplante uien of afval van uien een potentiële bron kunnen zijn voor het verspreiden van koprot.
1. Het is de ondernemer verboden om plantuien te telen, indien de ondernemer niet beschikt over één of meerdere beoordelingsrapporten over het te gebruiken dan wel gebruikte uitgangsmateriaal, afgegeven door een keuringsdienst, waaruit blijkt dat bij visuele keuring van het uitgangsmateriaal te velde, vlak voor de oogst, geen valse meeldauw is geconstateerd dan wel waaruit bij nacontrole van het uitgangsmateriaal blijkt dat het uitgangsmateriaal vrij van valse meeldauw is.
2. De ondernemer bedoeld in het eerste lid is verplicht het beoordelingsrapport dan wel de beoordelingsrapporten op eerste vordering van de daartoe bevoegde toezichthouder aan deze te tonen.
3. De ondernemer bedoeld in het eerste lid is verplicht het beoordelingsrapport dan wel de beoordelingsrapporten gedurende een jaar na afgifte te bewaren.
Het is de ondernemer verboden om in een perceel waarop uien geteeld worden, een aantasting van valse meeldauw te hebben, die als volgt omschreven is:
a. een groep min of meer aaneengesloten, zichtbaar door valse meeldauw aangetaste uienplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 20 m2, minimaal 1000 blaadjes zijn aangetast door vitale valse meeldauw of
b. verspreid aangetaste uienplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 100 m2, minimaal 2000 blaadjes zijn aangetast door vitale valse meeldauw.
1. Het bestuur kan bij besluit, gehoord de commissie, vrijstelling verlenen van een of meer bepalingen uit deze verordening en daarbij nadere voorschriften stellen.
2. Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt bekend gemaakt in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van bekendmaking, tenzij het betreffende besluit anders bepaalt.
3. De secretaris is namens het bestuur bevoegd op schriftelijk verzoek van de ondernemer ontheffing te verlenen van het bepaalde in de artikelen 2, 2A en 3 en daarbij nadere voorschriften vast te stellen.
Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2 en 3, waarbij aan ondernemers verplichtingen worden opgelegd, is mede bindend voor andere natuurlijke en rechtspersonen, voor zover deze handelingen verrichten die bedrijfsmatig in de ondernemingen, waarvoor het productschap is ingesteld, plegen te worden verricht.
Dit besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en treedt in werking de tweede dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.