1. Nadat onderzoek, zoals bedoeld in de
artikelen 3 en
4 van de Verordening heeft aangetoond dat er sprake is van de Ziekte van Aujeszky of nadat op grond van het door het bestuur vastgestelde bestrijdingsplan, zoals bedoeld in
artikel 5, derde lid, van de Verordening, is vastgesteld dat er sprake is van een uitbraak van de Ziekte van Aujeszky bij varkens, is de voorzitter bevoegd tot het aan de ondernemer opleggen van individuele bestrijdingsmaatregelen, zoals voorzien in
artikel 5, eerste en tweede lid, van de Verordening.
2. De voorzitter stelt vast op welk bedrijf de besmetting is geconstateerd, welke bedrijven binnen een straal van tien kilometer van het besmette bedrijf zijn gelegen, van of naar welke bedrijven varkens zijn aan- of afgevoerd van het besmette bedrijf en in welke gevallen sprake is van intensieve persoonscontacten met het besmette bedrijf.
3. De vaststelling als bedoeld in het eerste lid, wordt door middel van een persbericht en publicatie in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie bekendgemaakt.
4. Het bedrijf waarop de besmetting is vastgesteld ontvangt hierover onverwijld bericht. Bedrijven welke binnen een straal van tien kilometer van het besmette bedrijf zijn gelegen, en bedrijven waarvan of waarnaar varkens zijn aan- of afgevoerd van het besmette bedrijf, ontvangen hierover zo mogelijk allereerst telefonisch en onverwijld hierop volgend schriftelijk bericht dat ofwel persoonlijk aan de ondernemer wordt overhandigd, ofwel dat per aangetekende post wordt toegezonden.