1. Een kamer kan in afwijking van
artikel 71a, derde lid, van het ARAR haar eigen beoordelingsvoorschriften vaststellen.
2. In afwijking van
artikel 2, onderdeel b, van het BBRA wordt onder salaris per uur verstaan: 1/165 deel van het salaris bij een volledige werktijd.
3. Voor de toepassing van
hoofdstuk II van het BBRA geldt voor personeel van een kamer dat voor hen de minimum- en maximumsalarisbedragen van de salarisschalen van
bijlage B bij het BBRA gelden, welke vermenigvuldigd worden met een factor 38/36. De treden tussen het minimum- en maximumsalaris kunnen worden ingevuld op de bij de kamers gebruikelijke wijze, mits deze tevoren kenbaar is gemaakt en de instemming heeft van het georganiseerd overleg van de kamers.
4. In afwijking van
artikel 7, vierde lid, van het BBRA kan een kamer een regeling vaststellen waarbij een salarisverhoging ingaat op een voor het gehele personeel gelijk moment.
5. In afwijking van
artikel 5, derde lid, van het BBRA mag een kamer gebruik maken van het functiewaarderingssysteem Universeel Systeem Berenschot. De als gevolg van de uitkomst van de functiewaardering toepasselijke salarisschaal van
bijlage B bij het BBRA wordt bepaald aan de hand van de als bijlage bij dit besluit gevoegde Conversietabel Functiewaardering.
6. In afwijking van de
Regeling bezwarenprocedure functiewaardering BBRA 1984 kan het bevoegd gezag van een kamer, indien een personeelslid van die kamer bezwaar maakt tegen een vastgestelde waarderingsuitkomst, advies vragen aan een door een kamer aangewezen bezwarencommissie. Een kamer kan in afwijking van
artikel 7 van de regeling een eigen regeling treffen met betrekking tot de samenstelling van deze commissie.