Deel C van deze verordening is van toepassing op de accountant in business. Hiertoe wordt ten minste gerekend de registeraccountant die werkzaam is als:
a. directeur, chief financial officer of controller van een andere organisatie dan een accountantspraktijk of een accountantsafdeling;
b. interim-manager en in die hoedanigheid een tijdelijke functie vervult binnen de organisatie van zijn opdrachtgever en de resultaten van zijn werkzaamheden presenteert onder de naam van de entiteit van zijn opdrachtgever;
c. uitvoerder van uitsluitend overige opdrachten, die niet werkzaam is bij of verbonden is aan een accountantspraktijk;
d. toezichthouder of controleur van het Rijk en de daarmee verbonden organen bij onder meer de algemene, provinciale of gemeentelijke rekenkamer, de Autoriteit Financiële Markten, de Nederlandsche Bank, De Nederlandse Mededingingsautoriteit, de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit, de Nederlandse Zorgautoriteit of een andere door de overheid ingestelde toezichthouder;
e. opsporingsmedewerker bij het Korps landelijke politiediensten of een daarmee vergelijkbare overheidsinstantie;
f. docent in het onderwijs.
De accountant in business past te allen tijde het conceptuele raamwerk toe zoals opgenomen in deel A. Bij de interpretatie van de daarin opgenomen voorschriften wordt de aard van de door hem uitgevoerde werkzaamheden in aanmerking genomen.
Bij de inwerkingtreding van deze verordening telde het ledenbestand van het NIVRA circa 5.000 registeraccountants die werkzaam zijn in andere functies dan de in deel B bedoelde openbaar accountant, intern accountant, overheidsaccountant. Op grond van het bepaalde in
artikel 1, derde lid, eerst volzin, van de Wet op de Registeraccountants (WRA) heeft het NIVRA tot taak de bevordering van een goede beroepsuitoefening door de registeraccountants en de behartiging van hun gemeenschappelijk belang. Dit geldt dus tevens jegens deze circa 5.000 leden. Ter vervulling van deze taak bepaalt
artikel 19, eerste lid, van de WRA dat de ledenvergadering verordeningen maakt die zij daarvoor nodig oordeelt. In het
tweede lid van dat artikel is vervolgens bepaald dat de ledenvergadering ten behoeve van de goede beroepsuitoefening van de werkzaamheden der registeraccountants bij verordening gedrags- en beroepsregels vaststelt die gelden voor alle registeraccountants, dus ook voor deze circa 5.000 leden.
In de inleidende opmerkingen bij deze verordening is al melding gemaakt van de op grond van het lidmaatschap van de IFAC bestaande verplichting van het NIVRA om de standaarden van de IFAC, waartoe ook de Code of Ethics behoort, in zijn eigen regelgeving te implementeren.
Door het opnemen van deze Code of Ethics in deze verordening wordt daarom zowel voldaan aan het bepaalde in
artikel 19, tweede lid, van de WRA als aan de verplichting jegens de IFAC.
In deze Code of Ethics en dus ook in deze verordening is een deel C opgenomen dat van toepassing is op de Professional accountants in business, dit is de accountant in business. In dat deel van deze verordening is een nadere toelichting op het conceptuele raamwerk zoals opgenomen in deel A opgenomen toegespitst op de accountant in business.