1. Ten behoeve van persorganen die gericht zijn op culturele en etnische minderheden kan aan uitgevers daarvan projectsubsidie worden verstrekt indien de continuïteit dan wel het starten van de exploitatie van het persorgaan in gevaar is, respectievelijk niet mogelijk is en de noodzakelijke financiële steun niet of niet afdoende op andere wijze kan worden verkregen.
2. Subsidie kan slechts worden verstrekt voor een project dat wordt uitgevoerd overeenkomstig een goedgekeurd activiteitenplan dat uitzicht biedt op een rendabele exploitatie binnen een redelijke periode. Het activiteitenplan bevat in elk geval:
a. een beschrijving van de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten;
b. een begroting;
c. een beschrijving van de wijze waarop de beoogde doelgroep bereikt kan worden en de manier waarop inkomsten via lezers, adverteerders of andere mogelijkheden verworven kunnen worden;
d. een analyse van de vraag of het projectplan doelmatiger via of in combinatie met een internet-informatieproduct, andere media of uitgevers kan worden uitgevoerd.
3. Subsidie kan slechts worden verstrekt ten behoeve van persorganen als bedoeld in het eerste lid, die voldoen aan de eisen, bedoeld in
artikel 8.10, tweede lid, onderdelen a tot en met c en e tot en met h, van de Mediawet 2008, en:
a. die regelmatig en minder dan éénmaal per maand, doch ten minste éénmaal per kwartaal verschijnen; of
b. die regelmatig en minder dan zesmaal per week, doch ten minste éénmaal per kwartaal zullen verschijnen.