1. De in artikel I, onderdelen C en H, genoemde wijzigingen zijn niet van toepassing op verklaringen tot verkrijging van het Nederlanderschap ingediend voor de inwerkingtreding van dit onderdeel van deze Rijkswet.
2. De in artikel I, onderdelen D en E, genoemde wijzigingen zijn niet van toepassing op verzoeken om verlening van het Nederlanderschap ingediend voor de datum van inwerkingtreding van dit onderdeel van deze Rijkswet.
2a. De in artikel I, onderdeel F, genoemde wijziging is niet van toepassing op verzoeken tot medeverlening van het Nederlanderschap die zijn ingediend voor de datum van inwerkingtreding van deze Rijkswet.
3. De in artikel I, onderdeel G, subonderdeel 2, genoemde wijziging is niet van toepassing op misdrijven gepleegd voor de datum van inwerkingtreding van dit subonderdeel van deze Rijkswet.
De artikelen van deze Rijkswet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.