Artikel 1
Deze wet en de ter uitvoering daarvan te geven voorschriften verstaan onder:
bestrijdingsmiddelen: elke stof of elk mengsel van stoffen, alsmede micro-organismen, bestemd om als zodanig of met andere stoffen gemengd, te worden gebruikt bij: a. de bestrijding van onkruid en van ongewenste groei bij planten of delen van planten dan wel bij het doden van loof;
b. de bestrijding van de verwekkers van plantenziekten;
c. de bestrijding en afweer van dieren, welke schade kunnen aanrichten aan gewassen in land-, tuin- en bosbouw in de ruimste zin;
d. de bestrijding en afweer van ander gedierte;
e. de wering van bederf van de voortbrengselen van land-, tuin- en bosbouw in de ruimste zin;
a. de bestrijding van onkruid en van ongewenste groei bij planten of delen van planten dan wel bij het doden van loof;
b. de bestrijding van de verwekkers van plantenziekten;
c. de bestrijding en afweer van dieren, welke schade kunnen aanrichten aan gewassen in land-, tuin- en bosbouw in de ruimste zin;
d. de bestrijding en afweer van ander gedierte;
e. de wering van bederf van de voortbrengselen van land-, tuin- en bosbouw in de ruimste zin;
Onze Minister: Onze Minister, bedoeld in artikel 1 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
bevoegde instantie: door Onze Minister aangewezen dienst, autoriteit of instantie.
bestrijdingsmiddelen: elke stof of elk mengsel van stoffen, alsmede micro-organismen, bestemd om als zodanig of met andere stoffen gemengd, te worden gebruikt bij: a. de bestrijding van onkruid en van ongewenste groei bij planten of delen van planten dan wel bij het doden van loof;
b. de bestrijding van de verwekkers van plantenziekten;
c. de bestrijding en afweer van dieren, welke schade kunnen aanrichten aan gewassen in land-, tuin- en bosbouw in de ruimste zin;
d. de bestrijding en afweer van ander gedierte;
e. de wering van bederf van de voortbrengselen van land-, tuin- en bosbouw in de ruimste zin;
a. de bestrijding van onkruid en van ongewenste groei bij planten of delen van planten dan wel bij het doden van loof;
b. de bestrijding van de verwekkers van plantenziekten;
c. de bestrijding en afweer van dieren, welke schade kunnen aanrichten aan gewassen in land-, tuin- en bosbouw in de ruimste zin;
d. de bestrijding en afweer van ander gedierte;
e. de wering van bederf van de voortbrengselen van land-, tuin- en bosbouw in de ruimste zin;
Onze Minister: Onze Minister, bedoeld in artikel 1 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
bevoegde instantie: door Onze Minister aangewezen dienst, autoriteit of instantie.