Artikel 1
1. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
a. voertuigen: motorrijtuigen, rijwielen en andere rij- of voertuigen, met uitzondering van kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen;
b. motorrijtuigen: rij- of voertuigen, bestemd om uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het rij- of voertuig zelf aanwezig, te worden voortbewogen;
c. bestuurder: hij, die het motorrijtuig bestuurt of onder zijn onmiddellijk toezicht doet besturen.
2. Voor de toepassing van deze wet worden onder bezitter mede verstaan de beheerder en voorts allen, die krachtens enig zakelijk recht de beschikking over enig goed hebben.
a. voertuigen: motorrijtuigen, rijwielen en andere rij- of voertuigen, met uitzondering van kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen;
b. motorrijtuigen: rij- of voertuigen, bestemd om uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het rij- of voertuig zelf aanwezig, te worden voortbewogen;
c. bestuurder: hij, die het motorrijtuig bestuurt of onder zijn onmiddellijk toezicht doet besturen.
2. Voor de toepassing van deze wet worden onder bezitter mede verstaan de beheerder en voorts allen, die krachtens enig zakelijk recht de beschikking over enig goed hebben.