1. Door de ondernemer, aan wie een teeltverbod is bekendgemaakt op de wijze bedoeld in artikel 2, tweede of derde lid en in de situatie bedoeld in artikel 2, vierde lid, dienen maatregelen te worden genomen ter voorkoming van de verspreiding van knolcyperus.
2. De maatregelen betreffen verplichtingen met betrekking tot teelt, oogst, transport, opslag, schoning en bewaring van het geoogste product, het vernietigen en het ongeschikt maken voor gebruik als voortkwekingsmateriaal, alsmede opslag, bewaring, transport en vernietiging van afvalstromen, zoals grond- en gewasresten.
3. Bekendmaking van de in het tweede lid bedoelde maatregelen geschiedt door de secretaris, namens het bestuur, bij aangetekend schrijven aan de ondernemer.
4. In een spoedeisende situatie kan de bekendmaking aan de ondernemer mondeling geschieden door de secretaris, namens het bestuur. Een mondelinge bekendmaking wordt binnen een redelijke termijn bevestigd door de bekendmaking bedoeld in het derde lid.
5. De bekendmaking bedoeld in het derde of vierde lid bevat ten minste de door de ondernemer specifiek te nemen maatregelen, een aanduiding wanneer de maatregelen moeten zijn uitgevoerd, alsmede dat het uitvoeren van de maatregelen op aanwijzing of met toestemming van de toezichthouder geschiedt.