1. De heffingsplichtige voldoet de bestemmingsheffing en de voorlopige bestemmingsheffing binnen zes weken na dagtekening.
2. De heffingsplichtige voldoet het verschil tussen de bestemmingsheffing en de voorlopige bestemmingsheffing binnen zes weken na dagtekening.
3. Ingeval de heffingsplichtige ten aanzien van het bepaalde in het eerste of tweede lid in gebreke blijft, wordt de heffingsplichtige schriftelijk gemaand om alsnog te betalen.
4. Bij niet tijdige betaling van de bestemmingsheffing:
a. kunnen administratiekosten in rekening worden gebracht, welke minimaal € 6,- en maximaal € 14,- van het openstaande bedrag bedragen;
b. kan rente worden gevorderd over het verschuldigde bedrag van de dag af dat het verschuldigde bedrag betaald had moeten zijn;
c. kan vergoeding worden gevorderd van alle invorderingskosten.
De rente wordt berekend naar het percentage bedoeld in
artikel 6:119 jo
6:120 Burgerlijk Wetboek, dat geldt op de datum waarop de rente wordt ingevorderd. De invorderingskosten worden vastgesteld volgens de staffel incassokosten kantonrechters.