De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties betrekt de
artikelen 4, eerste, tweede en vierde lid,
4a en
6 van de Tijdelijke regeling diensten van algemeen economisch belang toegelaten instellingen volkshuisvesting, zoals die artikelen door artikel I van deze regeling zijn komen te luiden, voor het eerst in 2013 bij de beoordeling, bedoeld in
artikel 7 van genoemde regeling.