Het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing ten aanzien van zaken waarin het verzoek als bedoeld in
artikel 345 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is ingediend voor dat tijdstip, met dien verstande dat de wijzigingen van
artikel 353 lid 2 en
artikel 358 lid 3 wel van toepassing zijn op de in de eerste zinsnede genoemde zaken.