1. Aan de ondernemer die een vermeerderingsbedrijf uitoefent en die ten genoegen van het productschap aantoont in voorraad zijnde eieren, afkomstig van in artikel 5 van de Verordening bedoeld pluimvee, niet te hebben afgeleverd ter inlegging, kan door de voorzitter ter zake een vergoeding worden verstrekt. Deze vergoeding heeft uitsluitend betrekking op eieren die niet later dan één dag na de dagtekening van de schriftelijke mededeling door het productschap, als bedoeld in artikel 5 van de Verordening, zijn geproduceerd.
2. De vergoedingen, als bedoeld in het eerste lid, worden door de voorzitter vastgesteld op basis van een waardebepaling ad € 0,20 per ei, verminderd met 1/4 deel van het op grond van bedoelde waardeberekening tot stand gekomen bedrag wegens eigen risico van de ondernemer.
3. De in dit artikel bedoelde vergoedingen worden slechts toegekend, indien door de ondernemer afstand wordt gedaan van de opbrengst van de betreffende eieren, ten gunste van het productschap.