1. De ondernemer die bloembollen aankoopt die door de verkoper, of voor deze, in Nederland geteelde bloembollen, is over het oogstjaar een algemene heffing verschuldigd aan het productschap volgens de in artikel 3 vermelde heffingsgrondslag met het bijbehorend tarief.
2. De heffing bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld en opgelegd op de voet van de artikelen 4 en 5 van deze verordening en met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de
Verordening PT algemene bepalingen 2009.
3. Ter uitvoering van het bepaalde in het eerste lid doet de ondernemer desgevraagd aangifte bij het productschap van de door hem in het oogstjaar aangekochte bloembollen.