1. Aan de gezaghebbers van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt mandaat verleend voor het uitoefenen van de bevoegdheden van de Minister van Infrastructuur en Milieu, bedoeld in
artikel 40 van de wet.
2. Uitvoering van het mandaat, bedoeld in het eerste lid, geschiedt overeenkomstig het Rampenbestrijdingsplan Caribisch Nederland.