1. De heffing wordt op aangifte voldaan.
2. In afwijking van
artikel 10, tweede lid, tweede volzin, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen stelt de inspecteur de termijn voor het doen van aangifte zodanig vast dat deze niet eerder verstrijkt dan 9 maanden na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan.
3. In afwijking van
artikel 19, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is de belastingplichtige gehouden de heffing aan de ontvanger overeenkomstig de aangifte te betalen binnen 9 maanden na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan.