1. De subsidie kan worden ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger worden gewijzigd overeenkomstig het bepaalde in
artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht.
2. Indien de subsidie door de voorzitter wordt ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger wordt gewijzigd overeenkomstig
artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht, kunnen de verstrekte bedragen na opheffing van het productschap door de bij de opheffingswet PBO aangewezen vereffenaar overeenkomstig
artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht worden teruggevorderd, vermeerderd met de wettelijke rente over de periode vanaf de eerste uitbetaling tot aan het moment van algehele voldoening.
3. De te betalen rente is de wettelijke rente zoals deze geldt op de laatste dag van de maand waarin de betaling van de subsidie heeft plaatsgevonden.