Een deskundige die niet volledig voldoet aan de eisen van
artikel 12 tweede lid sub a tot en met i, niet of niet voldoende beschikt over eigen werk dan wel van wie een eerdere aanvraag door het College is afgewezen, kan worden geregistreerd voor beperkte duur.
Het College zal in beginsel slechts tot een registratie voor beperkte duur beslissen als sprake is van de in artikel 2 van dit beleidskader bedoelde categorieën:
1. Maatwerk
2. Pasopgeleide rapporteur
3. Aanvraag na eerdere afwijzing
In het huidige
Brdis is de voorwaardelijke registratie geregeld in
artikel 19 juncto
artikel 12, tweede lid onder b. Het College kon tot op heden uitsluitend tot een voorwaardelijke registratie (hierna: registratie voor beperkte duur) beslissen als de aanvrager nog niet over voldoende kennis van en ervaring in het desbetreffende rechtsgebied beschikt en/of nog onvoldoende bekend is met de positie en de rol van de deskundige daarin, maar wel voldoet aan overige eisen van artikel 12, tweede lid Brdis, namelijk de eisen als vermeld onder a en c tot en met i. De grens tussen de verschillende eisen van het tweede lid van artikel 12 bleek in de forensische praktijk evenwel niet altijd even scherp te trekken. Het is bovendien regelmatig voorgekomen dat naar aanleiding van een aanvraag aandachtspunten werden geconstateerd die niet direct vielen onder de b-grond van artikel 12, tweede lid Brdis. Het College kon in een dergelijk geval vrijwel niet anders dan een aanvraag afwijzen. Ook aanvragers die net buiten de reguliere paden kennis en ervaring hadden opgedaan kwamen niet zonder meer voor een volledige registratie van vier jaar in aanmerking. Dit werd door het College als te beperkend en onredelijk beschouwd.
Het College heeft het wenselijk geacht in dergelijke gevallen ruimte te creëren om toch tot een registratie voor beperkte duur te kunnen beslissen. Indien een aanvrager niet volledig voldoet aan de eisen van artikel 12 tweede lid sub a tot en met i, kan het College beslissen de aanvrager voor beperkte duur te registreren. Hierdoor maakt het College het mogelijk het beslissingsinstrumentarium beter toe te spitsen op de individuele deskundige. Uiteraard blijft als uitgangspunt gelden dat een aanvrager over de hele linie voldoende niveau aan deskundigheid moet hebben om in het register te kunnen worden ingeschreven. Dat geldt ook voor de deskundige die voor beperkte duur wordt geregistreerd. Een registratie voor beperkte duur zal dan ook, in het geval van maatwerkbeslissingen, slechts in een zeer uitzonderlijk geval plaatsvinden. Het zal altijd moeten gaan om een enkel ontwikkelpunt. Het College moet bovendien de stellige overtuiging hebben dat de betrokken aanvrager op korte termijn wel aan alle geldende eisen van kennis en ervaring gaat voldoen.
Vanuit het oogpunt van kwaliteitsbewaking en -bevordering acht het College het noodzakelijk dat de voor beperkte duur geregistreerde deskundige na een korte en duidelijk afgebakende periode opnieuw volledig wordt getoetst. Door de registratie voor beperkte duur maakt het College het voor deze geregistreerde deskundige mogelijk om wel met de aandachtspunten aan de slag te gaan, maar houdt het College tegelijkertijd de vinger aan de pols. Dit zal een veel meer op de praktijk toegesneden instroom van deskundigen in het register bewerkstelligen.
(Inwerkingtreding: 27 juni 2013)
Onder de pasopgeleide rapporteur verstaat het College de aanvrager die voor het indienen van de aanvraag wel de vereiste (forensische) opleiding(en) succesvol heeft afgerond, maar die nog niet in staat is geweest om het vereiste aantal rapporten zelfstandig op te maken en te ondertekenen om voor een registratie in aanmerking te komen. De zaaksrapporten die de pasopgeleide rapporteur in het kader van zijn opleiding heeft opgesteld zijn voor de toetsing lastig bruikbaar. Het is dan voor het College niet eenvoudig de competenties van de aanvrager te onderscheiden van die van de supervisor.
Naarmate het register meer gevuld raakt, zal het voor de pasopgeleide rapporteur ook moeilijker worden om als gerechtelijk deskundige te worden benoemd en zelfstandig rapporten op te kunnen maken. Een aanwas van nieuwe rapporteurs die later ‘door kunnen stromen’ als geregistreerde deskundige, is daarmee vrijwel illusoir geworden.
Aan deze onwenselijke situatie beoogt het College een einde te maken door voor de pasopgeleide rapporteur een registratie voor beperkte duur mogelijk te maken. De pasopgeleide rapporteur moet uiteraard voldoen aan alle voor hem geldende registratie-eisen. Deze eisen staan per deskundigheidsgebied vermeld in de registratie-eisen documenten. Rapporteurs in opleiding en pasopgeleide rapporteurs wordt dan ook aangeraden per deskundigheidsgebied de registratie-eisen te raadplegen.
In een periode van maximaal twee jaar kan de pasopgeleide rapporteur ervaring opdoen in het zelfstandig rapporteren. Het College wordt daardoor in staat gesteld na ommekomst van deze periode in het kader van een beslissing tot registratie voor de volledige duur van vier jaar de eigen deskundigheid van de aanvrager te beoordelen.
(Inwerkingtreding: 24 april 2013)
Iedere rapporteur mag na een afwijzing een nieuwe aanvraag indienen. De gronden waarop de beslissing tot afwijzing berust worden in de beschikking kenbaar gemaakt. De aanvrager weet aan welke verbeterpunten hij moet werken om op een gegeven moment alsnog wel te kunnen worden geregistreerd.
Met het meer gevuld raken van het register zal de afgewezen aanvrager niet of nauwelijks in staat zijn (zelfstandig) te rapporteren. Vaak zal de aanvrager na een afwijzing onder supervisie zaaksrapporten (moeten) gaan schrijven. Het probleem is dat het voor het College, zoals hiervoor onder ad 2. bij de pasopgeleide rapporteur aan de orde was, niet eenvoudig is de competenties van de aanvrager te onderscheiden van die van de supervisor. Het College ziet hierin aanleiding om als beleid te hanteren dat ook voor deze categorie aanvragers zal gelden dat in beginsel wordt besloten tot een registratie voor beperkte duur. In een periode van maximaal twee jaar wordt bedoelde aanvrager in staat gesteld zelfstandig te rapporteren. Het College kan vervolgens na ommekomst van deze periode in het kader van een beslissing tot registratie voor de duur van vier jaar de eigen deskundigheid van de aanvrager beoordelen.
Maar ook in het geval een aanvrager na een eerdere afwijzing niet onder supervisie is gaan rapporteren en ter onderbouwing van zijn aanvraag zelfstandig opgemaakte en ondertekende rapporten heeft ingediend, zal het College, indien de aanvraag aan alle eisen van
artikel 12, tweede lid van het Brdis voldoet, in beginsel tot een registratie voor beperkte duur kunnen beslissen. Het College rekent het tot zijn taak de kwaliteit van geregistreerde deskundigen te bewaken. De registratie voor beperkte duur ziet het College als een middel om aan deze taak beter invulling te geven.
Voor een uitgebreidere toelichting en uitwerking van het beleid van het College inzake de aanvraag na eerdere afwijzing zie ook het
Beleidskader Aanvraag na afwijzing (Nieuwsbrief NRGD 2013, afl. 41).
(Inwerkingtreding: 1 april 2013)