1. De ondernemer die bloembollen teelt is over het oogstjaar een algemene heffing aan het productschap verschuldigd volgens de in artikel 4 vermelde heffingsgrondslag met bijbehorende tarieven.
2. In geval van contractteelt waarbij de contractgever eigenaar is van de bloembollen die door de contractnemer worden geteeld, wordt de contractgever aangemerkt als de ondernemer die bloembollen teelt als bedoeld in het eerste lid.
3. De heffing, als bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld en opgelegd op de voet van de artikelen 5 tot en met 7 en met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de
Verordening PT algemene bepalingen 2009.