Artikel 1
1. De directeur BFT mandateert nader genoemde bevoegdheden tijdens zijn afwezigheid in verband met verlof of ziekte aan de functionarissen Hoofd Juridische Zaken of Teamleider.
2. De in het eerste lid genoemde functionarissen treden tijdens deze periode op als plaatsvervanger van de directeur BFT.
2. De in het eerste lid genoemde functionarissen treden tijdens deze periode op als plaatsvervanger van de directeur BFT.