1. De commissie vervult haar taak op basis van
artikel 2.5.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs. Het bevoegd gezag van de instelling verstrekt conform het bepaalde in artikel 2.5.6 van genoemde wet aan de commissie alle inlichtingen die de commissie voor de uitvoering van haar taak nodig oordeelt. De commissie krijgt desgevraagd inzage in informatie, boeken en bescheiden.
2. De commissie heeft mandaat voor het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in de
artikelen 43 en
43a van de Comptabiliteitswet 2001.
3. De commissie oefent de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en tweede lid, slechts uit voor zover dat voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig is. Bij een verzoek om inlichtingen te verstrekken geeft zij de grondslag aan op grond waarvan dat verzoek wordt gedaan en het doel waarvoor de inlichtingen worden gevraagd.