Indien voor een verzekerde in de zin van de
Wet langdurige zorg een indicatiebesluit is afgegeven waarin is vastgesteld dat hij aanspraken, rechten en verplichtingen als bedoeld in
artikel 3.1.1, eerste lid, onderdelen a, onder 2, en e, van de Wet langdurige zorg heeft, heeft hij met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen I, onderdelen Ha en Hb, en III, onderdeel B, van deze wet jegens het college van de gemeente waarvan hij ingezetene is, de aanspraken, rechten en verplichtingen met betrekking tot het tot gelding brengen van de aanspraak op zorg bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdelen a, onder 2, en e, van de Wet langdurige zorg die aan het indicatiebesluit waren verbonden.